Het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO) doet al sinds de invoering van de Wet passend onderwijs in 2014 onderzoek naar de effecten ervan, in opdracht van het ministerie van OCW. Het bracht onlangs de eindrapportage uit, gebaseerd op 72 onderzoeken. Het NRO laat niet alleen zien wat er wel en niet goed gaat. Heel interessant is ook de constatering dat passend onderwijs slechts een tussenstap is op weg naar werkelijk inclusief onderwijs.

Kinderen met complexe problemen

Het NRO concludeert dat passend onderwijs, over het geheel genomen, heeft geleid tot een betere organisatie van de extra ondersteuning. In de meeste regio’s zijn er voldoende voorzieningen voor leerlingen. Toch zijn er hiaten in het ondersteuningsaanbod. Bijvoorbeeld voor ernstig meervoudig beperkte leerlingen en voor leerlingen die zowel een hoog cognitief niveau als gedragsproblemen hebben. De samenwerkingsverbanden blijken moeilijk specifieke voorzieningen te kunnen organiseren voor (heel) kleine groepen leerlingen. Verder speelt ook het probleem dat de intensieve begeleiding die voor sommige leerlingen nodig is, leidt tot lastige financiële afwegingen.

Ieder(in) vindt deze ontwikkeling heel ernstig. Leerlingen met complexe problemen hebben ondersteuning erg hard nodig en worden nu onvoldoende geholpen. De grote groep die lichtere ondersteuning nodig heeft, wordt wel goed bediend. En dat is natuurlijk fijn. Maar door de focus van beleidsmakers op deze grote groep lijken de andere kinderen uit beeld te verdwijnen. Iets wat overigens op allerlei andere beleidsterreinen ook speelt. Bijvoorbeeld bij de Wet maatschappelijke ondersteuning of bij de maatregelen tegen corona. Men gaat uit van de grootste gemene deler, mensen met complexe problemen worden daarbij over het hoofd gezien.

VN-verdrag Handicap vraagt om inclusief onderwijs

Ten tijde van de invoering van passend onderwijs was het VN-verdrag Handicap nog niet geratificeerd. Het is, volgens het NRO, nooit de bedoeling van de stelselwijziging geweest om inclusief onderwijs te realiseren. Bij de invoering kreeg passend onderwijs het adagium: regulier waar het kan, speciaal waar het moet.
Het NRO concludeert dat het veld steeds meer spreekt over inclusief onderwijs en ook van de overheid verwacht dat ze aangeeft waar we met zijn allen naar toe moeten werken. Dan kunnen vervolgens ook alle lagen in het stelsel inhoud geven aan het VN-verdrag. Van rijksoverheid, samenwerkingsverbanden, schoolbesturen, schoolleiders, tot en met leraren, ouders en leerlingen.

Klein beginnen

Ieder(in) vindt dat het geen zin heeft om af te wachten. Er kunnen nu al stappen worden gezet. Bijvoorbeeld op lerarenopleidingen waar veel meer gedaan kan worden aan het ontwikkelen van kennis over en vaardigheden met het omgaan met leerlingen met een beperking of chronische aandoening. Ook binnen de scholen kan nu al gewerkt worden aan ontmoeting tussen leerlingen in het regulier en speciaal onderwijs. Kinderen kunnen leren omgaan met verschillen door samen te spelen en samen te werken. Om het denken hierover te stimuleren zal Ieder(in) op korte termijn de eigen visie op inclusief onderwijs gaan delen met het onderwijsveld.

Minister Slob

Na de zomer zal minister Slob met de Tweede Kamer in gesprek gaan over de evaluatie passend onderwijs en ook bekend maken welke verbeteringen er moeten komen. Ook zal de minister zich uitspreken over de vraag hoe er toegewerkt gaat worden naar inclusiever onderwijs.
Hieronder kunt u de samenvatting  van het rapport en het volledige rapport downloaden.
Er zijn ook animaties  gemaakt van de belangrijkste bevindingen.

Deel dit bericht

Meer nieuws over